Handelingsverlegenheid bij een vermoeden van kindermishandeling
Een vermoeden van
kindermishandeling leidt bij professionals die beroepsmatig met kinderen en
jongeren te maken hebben niet automatisch tot handelen.
Oorzaken hiervoor zijn onvoldoende kennis over de signalen
van kindermishandeling, niet weten hoe je deze vermoedens met ouders en
opvoeders ter sprake moet brengen en niet weten waar de verantwoordelijkheden
liggen binnen de organisatie en/of samenwerkende organisatie. Het onderwerp
bespreken binnen de voorziening valt vaak zwaar. Wat kinderen wordt aangedaan
overstijgt vaak ons bevattingsvermogen.
Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld onttrekken
zich meestal aan ons blikveld.
Uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van huiselijk geweld
voor kinderen net zo ernstig zijn als het direct slachtoffer zijn van
kindermishandeling.
Hoe stap je over de
handelingsverlegenheid heen?
Door te doen wat nodig is. Het is ook de boodschap van
Francien Lamers-Winkelman, bijzonder hoogleraar preventie en hulpverlening inzake
kindermishandeling.
Organisaties als Unicef en Warchild komen meteen in actie als kinderen de dupe zijn
van vijandigheden in het buitenland. Hier in Nederland wachten we tot het
rustig is als er sprake is van vijandigheid in huiselijke kring. “Hoezo rust als je nachtmerries hebt?”, vraagt Lamers zich af. “Hoezo rust als je
steeds herbelevingen ervaart? En als alles op jouw schouders terecht komt omdat
je moeder depressief is? In gezinnen waar geweld een rol speelt, is nooit rust.
Waar komt onze afwachtendheid toch vandaan? Een open
wond verbinden we toch ook meteen? Ik vermoed dat het een erfenis van Freud is. Volgens hem moest er voor een goede psychoanalyse
sprake zijn van rust, blijkbaar zit dat nog in het onderbewustzijn van de
gemiddelde hulpverlener. Maar we halen dingen door elkaar: het is niet de rust
die noodzakelijk is, maar veiligheid! Door veiligheid én
hulp te bieden, kan een kind pas tot rust komen.”
Trainingen
Stade Advies is ruim 2 jaar geleden gestart met de
trainingen “vergroten van gesprek- en handelingsvaardigheden bij een vermoeden
van kindermishandeling.” De training is ontwikkeld vanuit de praktijk en wordt
gegeven door mensen die uit de praktijk afkomstig zijn.
Inmiddels zijn een paar honderd professionals uit zo’n 60 verschillende voorzieningen getraind, variërend van
de basisschool tot en met vluchtelingenwerk en van ambulancebroeders tot
beleidsambtenaren van de Gemeente. Zowel de training met open inschrijving als
het incompany aanbod zijn extern getoetst, door het Nederlands Jeugd Instituut, het
Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) en het Beroepsregister van Agogisch en
Maatschappelijk werkers.
De training voldoet steeds aan de verwachtingen en helpt
mensen over hun handelingsverlegenheid heen. Een deelneemster aan de training
verwoordde dat als volgt: “ik kan nu het verschil maken voor een kind.”
Voor meer informatie
over de trainingsmogelijkheden: