Stade Advies BV

 
Home | Producten | Cursussen | Organisatie | Uitgaven
E-zine St@dium
Eindejaarsuitgave 2009
Eindejaarsuitgave 2007
Eindejaarsuitgave 2006
Eindejaarsuitgave 2005
Inleiding
Reflecties op de verantwoordelijke samenleving
Burgerinitiatief: opvattingen en ervaringen
Met kennis ondernemen
Schaken op drie borden: werken aan kwaliteit van subsidie –en inkooprelaties
De zelfstandige oudere: heimwee naar het verzorgingshuis?
Met alle respect: opgroeien en opvoeden in Nederland
Overige uitgaven
Symposium 250908
        Home > Uitgaven > Eindejaarsuitgave 2005 > Reflecties op de verantwoordelijke samenleving        
       

Reflecties op de verantwoordelijke samenleving

 

Johan Kruithof

 

In Oran in Algerije is de pest uitgebroken. De kwaadaardige ziekte grijpt wild om zich heen. Willekeurige burgers vallen ten prooi aan deze besmettelijke ziekte. Albert Camus beschrijft in zijn prachtige boek De Pest de levens van een handjevol bewoners van Oran in deze barre tijd.

 

Zo is daar dr. Rieux. Met een zeker mededogen slaat deze dokter het lijden van de mensen in Oran gade. Tegelijkertijd zet hij zich in om te redden wat er te redden valt. Maar ook staat hij langs de kant, is in zekere zin toeschouwer. Hij is het prototype van de denker. Bereid verantwoordelijkheid te nemen en bereid verantwoordelijkheid te dragen, terwijl hij zich voortdurend afvraagt: heeft het zin wat ik doe; welke verantwoordelijkheid neem ik eigenlijk; voor wie; waarom?.

 

Daar is ook de heer Tarrou, de cynicus, die verantwoordelijkheid neemt tegen wil en dank. Niet omdat hij er de zin van inziet. Maar omdat zijn beste vriend het hem vraagt. Hij is iemand die verantwoordelijkheid draagt omdat zijn persoonlijke loyaliteit wordt aangesproken.

 

Dan is er de heer Rambert. Een vurig mens, bereid zijn leven te geven voor een ander. Maar niet in Oran! Hij wil de stad ontvluchten. Want zijn gezin is elders. ‘Moet ik daar niet zijn, ligt daar niet mijn verantwoordelijkheid, eerder dan bij de burgers van Oran?’

 

Ook is er pater Paneloux. Een vurig gelovig voorganger van de kathedraal van Oran. Hij ziet in de uitbraak van de pest een vingerwijzing van God: ‘onze verantwoordelijkheid is niet in de eerste plaats op onze medemens gericht, maar allereerst op God.’

 

En er is een ambtenaar, de heer Grand. Hij doet zijn plicht, in goede en kwade tijden. Het woord verantwoordelijkheid zegt hem niet zo veel: ‘dat is een ingewikkeld begrip, meneer Rieux,’ placht hij te zeggen. ‘Het komt er toch op neer dat een mens doet wat hij doen moet.’

 

De heer Grand (die naam is vast niet bij toeval gekozen, Grand is de grootste in deze roman!) doet wat hij moet doen, en worstelt intussen met de vraag hoe de eerste zin van zijn roman moet luiden. Vele mogelijkheden heeft hij al uitgeprobeerd: ‘Geen enkele zin drukt tot nu toe uit wat ik zeggen wil.’

 

Het verantwoordelijkheidsbegrip
In dit artikel gaat het mij niet om een klare en ware definitie van verantwoordelijkheid. Ik benader het begrip van verschillende kanten. Daarbij maak ik gebruik van literatuur en ook een beetje van filosofie. Deze wat onverwachte invalshoek levert nieuwe beelden op van wat verantwoordelijkheid kan zijn anno 2005. Ik stel me de vraag of een verantwoordelijke samenleving maakbaar is. En zo ja, tot op welke hoogte dan? Moeten we allemaal Grands zijn, allemaal Rieux’? Kan dat, en is dat wenselijk?

 

Het begrip verantwoordelijkheid staat de laatste jaren weer centraal in discussies in en over het publieke domein. De samenleving vult dat begrip in aan de hand van de toestand waarin dat publieke domein verkeert. ‘Burgerschap is het verantwoordelijke bestaan als een actief lid van de politieke gemeenschap’, zegt de filosoof Ronald Jeurissen. Op deze manier verbindt hij de begrippen verantwoordelijkheid en burgerschap aan elkaar.

 

En de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) is al in 2000 met een advies (op verzoek van het toenmalige kabinet) gekomen dat ingaat op de begrippen maatschappelijke participatie en verantwoordelijkheidsbesef. De RMO heeft in dat advies gekozen voor een benaderingswijze die erop gericht is het individuele verantwoordelijkheidsbesef te bevorderen. De RMO doet dat door de twee begrippen in elkaars verlengde te plaatsen: enerzijds de zelfredzaamheid van de burger als consument van overheidsbeleid, anderzijds de maatschappelijke betrokkenheid van de burger als co-producent van datzelfde overheidsbeleid (tenslotte heeft de burger ook een stem bij de totstandkoming van overheidsbeleid).

 

Wat willen Nederlanders?
De samenleving is ingewikkeld geworden. De burgemeester van Maastricht Gerd Leers zei onlangs in zijn Thorbecke-lezing dat de ‘burger veel minder bang is voor Bin Laden, baan en oude dag dan zijn politieke leiders hem willen aanpraten. De angst komt ergens anders vandaan: hij komt voort uit onmacht. Uit het gevoel geen grip te hebben op de eigen samenleving.’

 

Als we ‘geen grip meer hebben vertalen met ‘de effecten van eigen keuzes en beslissingen niet meer overzien dan raken we aan het begrip eigen verantwoordelijkheid.

 

De overheid maakt de ingewikkelde samenleving alleen maar ingewikkelder met allerlei nieuwe wetten en regelgeving (zorgstelsel, levensloopregeling et cetera). Tegelijkertijd wil de overheid dat burgers steeds meer handelen en denken vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Het appèl op die eigen verantwoordelijkheid groeit voortdurend. In feite zijn die nieuwe wetten en regels daar ook een uiting van!

 

Als we ons de vraag stellen wat Nederlanders zelf nu zouden willen, dan is daarop wel een antwoord te vinden. Naar mijn stellige overtuiging willen Nederlanders een moderne samenleving, maar ook een samenleving waarin sprake is van onderlinge betrokkenheid. Nederlanders willen een samenleving waarin overheden doen wat er wordt beloofd, waarin mensen in hun eigen bestaan kunnen voorzien, en waarin, als dat nodig is, de overheid een vangnet biedt voor mensen die niet in staat zijn in hun eigen bestaan te voorzien. De burgers van dit land willen daar graag zelf een bijdrage aan leveren. Ze willen verantwoordelijk zijn, voor zo ver mogelijk is. De overheid moet daarvoor de voorwaarden scheppen.

 

Verantwoordelijkheid nemen
Taal is onthullend. We spreken soms over verantwoordelijkheid nemen. Er zijn ook functies waarin verantwoordelijkheid wordt gedragen (ministers dragen verantwoordelijkheid, die wordt hen gegeven!). De verschillende personages uit de roman van Albert Camus weten dat verschil tussen verantwoordelijkheid geven en nemen haarfijn aan te geven. Dr. Rieux beseft dat hij verantwoordelijk is, daarom neemt hij verantwoordelijkheid. Rambert echter vindt dat hem een verantwoordelijkheid is gegeven die hij niet kan dragen. En pater Paneloux wijst naar een bovenmenselijke kracht waar alle verantwoordelijkheid ligt.

 

Zelf spreekt mij, calvinistisch grootgebracht, het begrip verantwoordelijkheid nemen het meest aan. Verantwoordelijkheid nemen betekent dat op geen enkele wijze daarbij gebruikgemaakt kan worden van wat er buiten ons om gebeurt; de vraag of we verantwoordelijkheid willen nemen is een vraag die we alleen zelf kunnen beantwoorden. Ikzelf neem verantwoordelijkheid, die hoeft mij niet te worden gegeven. Een dr. Rieux standpunt!

 

In een artikel van de Wiardi Beckman Stichting gaat Jan Pelle, wethouder te Roosendaal, op een naar zijn oordeel noodzakelijk systeem van verwachtingen in: verantwoordelijkheid nemen kan alleen als helder is wat van de burger (door de overheid) verwacht mag worden, en als helder is welke middelen hij tot zijn beschikking heeft. Ook hier is sprake van de Rieux-benadering, alleen wel meer toegespitst. Verantwoordelijkheid nemen doe je in een situatie waarin de verwachtingen helder zijn. Zo bezien is het toch meer dan alleen een innerlijke overtuiging!

 

Verantwoordelijkheid dragen
In De Pest is Tarrou de verpersoonlijking van verantwoordelijkheid dragen. Hij heeft er niet voor gekozen, hem is gevraagd mee te helpen in Oran. Hij vond dat hij geen nee kon zeggen. Tarrou steekt de handen uit de mouwen, hij neemt verantwoordelijkheid, maar pas nadat het hem is gevraagd. Tarrou is een cynicus, hij heeft er weinig vertrouwen in dat zijn bijdrage werkelijk iets zal betekenen.

 

Hoewel deze opvatting van het verantwoordelijkheidsbegrip door velen instinctief zal worden afgewezen, komen we de cynicus in de praktijk vaak tegen. Op het strikt persoonlijke vlak draagt men nog wel verantwoordelijkheid, maar een bijdrage leveren in de eigen omgeving vanuit de opvatting dat dit iets te betekenen heeft voor de samenleving als geheel, dat is toch nog weer wat anders. Onze samenleving heeft de neiging systemen te introduceren die deze invulling van het begrip verantwoordelijkheid versterken.

 

Nemen we de Wet Maatschappelijke Ondersteuning als voorbeeld, dan zien we wetgeving waarbij sprake is van het versterken van krachten van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid nemen. Tegelijkertijd constateren burgers dat de toegang tot zorg moeilijker en duurder wordt. Dat een dergelijke spagaat leidt tot cynisme is niet geheel onlogisch. Ook hier ontbreekt de al eerder geschetste situatie waarin de verwachtingen helder zijn. Maar is cynisme dan het enige wat rest? Is de Tarrou-houding de enig haalbare?

 

Verantwoordelijkheidsbesef
De psychiater Van Dantzig heeft ooit geschreven: ‘Naar mijn idee is de diepste waarde voor een mens, de waarde dus waaraan in het algemeen alle andere waarden worden opgeofferd (…) de waarde van het erbij horen, een geaccepteerd, en als het kan gewaardeerd lid te zijn van de groep waar men lid van is. Dat verklaart waarom soldaten niet deserteren maar het vijandelijke vuur tegemoet lopen, waarom generaties jonge mensen hun seksualiteit hebben opgeofferd aan hun kuisheid, waarom kankerpatiënten in ziekenhuizen zich zo voorbeeldig gedragen in plaats van hun ellende uit te schreeuwen, waarom we in het algemeen de regels van de gemeenschap trachten te vervullen, met het opzijzetten van onze eigen verlangens.’

 

Dit diepe verlangen om onderling verbonden te zijn is niet veranderd, ondanks alles wat ooit over individualisering is geschreven. Misschien is dit ten diepste wat Grand in het boek van Camus, zijn plicht doen noemde. Zou het kunnen zijn dat verantwoordelijkheidsbesef een diepe menselijke waarde vertegenwoordigt? Een waarde die over grenzen heen gaat en die altijd, in zichzelf, aanwezig is? Zou het zo kunnen zijn dat de staat, de overheid, de samenleving niet zozeer verantwoordelijkheidsbesef (opnieuw) zou moeten aanleren, maar in plaats daarvan verantwoordelijkheidsbesef opnieuw zou moeten blootleggen? En dat wat er in potentie is weer boven zou moeten halen? Als het waar is wat Nederlanders willen, is dat dan niet een getuigenis van dat altijd aanwezige verantwoordelijkheidsbesef? Is het dan niet zo dat een verantwoordelijke samenleving niet gemaakt hoeft te worden, omdat hij er in potentie toch wel is? Rieux twijfelt daaraan, maar vindt geen antwoord. Hem rest niets anders dan zijn verantwoordelijkheid te nemen. Rambert twijfelt er niet aan. Hij betwist alleen tijd en plaats. Verantwoordelijkheid nemen is volgens hem een vrije keuze. Niet in wat zich aandient, maar in datgene waar ik voor kies, ligt mijn verantwoordelijkheid, aldus Rambert.

 

Grand denkt er niet over na. Hij vindt een antwoord moeilijk, zo niet overbodig, en in elk geval niet ter zake doend. Zijn oplossing is een andere en staat dwars op de geijkte benadering. Hij vraagt zich af hoe de eerste zin van zijn boek eruit moet zien, en ondertussen doet hij wat hij doen moet, op de tijd en de plaats zoals die zich nu eenmaal aan hem voordoen.

 

Grand of Rieux
Ik heb me in aan het begin van dit artikel de vraag gesteld of een verantwoordelijke samenleving maakbaar is. Het antwoord daarop is in eerste instantie niet erg moeilijk. Een verantwoordelijke samenleving is niet maakbaar. Verantwoordelijke mensen zijn niet maakbaar. Ook Jos van der Lans komt in zijn beschouwing over de publieke moraal, getiteld ‘De onzichtbare samenleving’, tot die overtuiging. De maakbaarheidsideologie heeft afgedaan, links heeft dat met vallen en opstaan ontdekt in de tachtiger en negentiger jaren. Rechts lijkt dat nog te moeten ontdekken, maar dat doet aan het feit niets af. Tegelijk vermag een appèl op de loyaliteit heel veel. Dus in die zin zou het antwoord op de vraag naar de maakbaarheid op de samenleving ook ja kunnen zijn. Want een beroep op de loyaliteit van mensen in hun eigen omgeving kan altijd worden gedaan.

 

De samenleving, en haar dienaar de overheid, kan een belangrijke rol spelen bij het versterken van het verantwoordelijkheidsbesef. Mensen willen maar wat graag verantwoordelijk zijn, maar de kans moet wel geboden worden. En of we dan een Grand zijn of een Rieux, een Tarrou of Paneloux, dat doet er eigenlijk niet toe. Waarschijnlijk hebben we van alle personages wel een beetje.

 

Ik ben grootgebracht in een Twents arbeidersgezin. Jarenlang heb ik aangekeken tegen een tegel die bij ons thuis boven de schoorsteenmantel hing. Daarop staat een tekst van grote diepte. Het is Camus avant la lettre: ‘Dut dien plicht en laot de rest maor waojje!’ Mijn ouders en hun generatie hebben zich aan deze woorden veel gelegen laten liggen. En hoewel ‘je plicht doen’ tegenwoordig ouderwets kan overkomen, heeft de spreuk nog niets aan actualiteit ingeboet.

 

Geraadpleegde literatuur

  • Albert Camus. La Peste. Paris: Editions Gallimard, 1942; in een vertaling van Willy Corsari uit 1948
  • Jos van der Lans. De onzichtbare samenleving, beschouwingen over publieke moraal. Utrecht:NIZW uitgeverij, 1995
  • Jan Pelle. Links lijdt aan Atlascomplex Proeflokaal 13, tijdschrift voor lokaalbestuurders. Uitgave van het centrum voor Lokaal Bestuur van de Wiardi Beckman Stichting. Jaargang 5, 2005
  • Advies 10 van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling over Aansprekend Burgerschap. Staatsuitgeverij, 2000
  • Artikel van Marleen Janssen Groesbeek over de oratie van de filosoof Ronald Jeurissen bij zijn intrede als hoogleraar bedrijfsethiek aan de Universiteit van Nijenrode in 2002. Het Financieele Dagblad, 23 maart 2003
  • Pieter Tops en Stavros Zouridis De binnenkant van politiek. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 2002
  • A van Dantzig. De hardnekkige angst voor het lijden en de dood. De Volkskrant, 4 april 1992

 

       

Actueel

Analyse 120 coalitieakkoorden
Kerntakendiscussie en sociaal bezuinigen
Training Verslaglegging CJG
Workshop maatschappelijk rendement
Samenwerking Segment Groep en Stade Advies
Cursusoverzicht najaar 2010
Centra voor Jeugd en Gezin
St@dium e-zine September 2010

 

Home  | Print | Site Map | advies@stade.nl