Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie of Accepteren
Stade advies

De meerwaarde van leiderschap in de transformatie

22 maart 2018

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Die transformatie is complex en vraagt veel van gemeenten. De rol die (transformationele) leiders met een transparante visie in dit veranderproces kunnen spelen, blijft nog wat onderbelicht. In Almere neemt wethouder René Peeters (D66) die rol met verve op zich. Met één teen over de wettelijke grens.

Het doel dat wethouder René Peeters (onder andere Jeugd & Gezin en transitie Jeugdzorg) voor ogen heeft, is helder: ‘Goede voorwaarden creëren voor jongeren om zich te kunnen ontwikkelen. Die stip aan de horizon moet altijd het doel blijven. In de praktijk zie je dat er, bij tegenwind, vaak genoegen genomen wordt met een makkelijker te bereiken doel. Maar dan krijg je als leider niemand meer mee.’

Preventie
Peeters ontkent de complexiteit van de transformatie in het sociale domein niet, maar ziet tevens kansen: ‘Het betekent namelijk ook dat je budgetten kunt verbinden en inzetten waar het nodig is. In Almere zoeken we directe samenwerking met alle betrokken instanties, onder andere via integrale kindcentra (IKC’s), onderwijs-jeugdhulparrangementen (OJA’s) en het Expertisenetwerk Nul Tot Zesjarigen.’ Door die samensmeltingen van kinderopvang, onderwijs, welzijn en jeugdzorg raken professionals al in een vroeg stadium gezamenlijk op natuurlijke manier bij het kind betrokken. ‘Hierdoor kunnen we ons op preventie richten, in plaats van op noodzakelijk geworden behandelen.’ Met 75 procent minder behandelingen lukt dat al bijzonder goed.

‘Een kind wil niet opvallen, wil niet met de taxi van school worden opgehaald om naar een behandelaar te gaan’, vervolgt Peeters. ‘Nu bakt een meisje bijvoorbeeld, in het kader van een OJA, op een school voor speciaal basisonderwijs koekjes met Henk. Zonder te weten dat Henk orthopedagoog is en haar ontwikkeling volgt.’

Rode kaart
‘Ik ben meer wetoprekker dan wethouder’, lacht Peeters. ‘Met één teen over een grens stappen, helpt in het aanscherpen van die wetgeving. Zo hanteren we proportioneel toezicht bij de kinderopvang. Het naleefgedrag was daarbij leidend voor de diepgang en frequentie van de inspecties. Daar kregen we eerst de rode kaart voor, nu is het geaccepteerd.’ Een andere, getransformeerde praktijk betreft het verlenen van doorzettingsmacht in IKC’s. Hier wijzen de samenwerkende instanties een coördinator uit hun midden aan, die namens iedereen gemachtigd is om besluiten te nemen bij het in gang zetten van ondersteuning. ‘Daarvoor moeten organisaties officieus, officieel mag het niet, een deel van hun controle opgeven. Vertrouwen hebben in elkaar blijkt goed te werken.’

Landingsbaan
Omdat de politiek het onderwerp jeugdzorg nauwgezet wil volgen, informeert Peeters de gemeenteraad driemaandelijks met tussentijdse rapportages. ‘Gelardeerd met tabellen en staafdiagrammen. Waarbij we ook transparant vertellen waarom iets nog niet goed loopt.’ Op die manier krijgt hij veel voor elkaar: ‘Ik heb eens om meer subsidie gevraagd met de oneliner De richting is goed, maar de landingsbaan is te kort. Dat was blijkbaar inzichtelijk, het extra geld werd korte tijd later toegekend.’

Bron: Binnenlands bestuur