Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie of Accepteren
Stade advies

Kinderen van de staat – Nederland is ‘kampioen’ uithuisplaatsen en gesloten plaatsen van kinderen

17 december 2020

Nederland is ‘kampioen’ uithuisplaatsen en gesloten plaatsen van kinderen. De nieuwe Jeugdwet uit 2015, waarbij de bevoegdheden voor jeugdzorg bij de gemeenten zijn neergelegd, heeft hierin geen verandering gebracht. Het idee achter deze wet was dat juíst gemeenten gezinnen en kinderen beter zouden kunnen ondersteunen. Zij zouden preventiever lichtere vormen van zorg kunnen inzetten die ook nog eens goedkoper zouden zijn. Het tegendeel bleek waar: het aantal uithuisplaatsingen is niet minder geworden, maar toegenomen.

In ons land wonen zo’n 46.000 kinderen niet meer bij hun ouders thuis. De helft daarvan zit in instellingen voor jeugdzorg. Rond de 3.000 kinderen worden elk jaar opgenomen in een gesloten instelling, de JeugdzorgPlus Instellingen die door veel kinderen worden ervaren als gevangenis.

In oktober 2020 verscheen het boek Kinderen van de Staat – Jeugdzorg in ademnood van Hélène van Beek. Het boek legt actuele misstanden in de jeugdzorg bloot.

Het boek is een aanklacht tegen hoe de jeugdzorg op dit moment is georganiseerd, als een systeem waar de meest kwetsbare kinderen eerder slechter dan beter van lijken te worden. De diagnosestelling op grond waarvan ingrijpende beslissingen worden genomen over uithuisplaatsing , plaatsing en behandeling wordt veelal gedaan door mensen die hier niet voor zijn gekwalificeerd. Onderzoek is vaak onvoldoende om vergaande conclusies op te baseren. In de instellingen vindt vervolgens onvoldoende behandeling plaats. Separeren en isoleren van kinderen die een gevaar zijn voor zichzelf of anderen vindt nog steeds plaats. Gebrek aan perspectief leidt tot toenemende agressie en tot al dan niet geslaagde pogingen tot zelfdoding. Hoewel jeugdzorgprofessionals hun werk met veel inzet doen, lijkt een verblijf in een jeugdzorginstelling op termijn weinig bij te dragen aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen.

Door bezuinigingen en marktwerking zijn de jeugdzorginstellingen in aantal afgenomen, maar in omvang toegenomen. Doordat er een groot gebrek is aan cijfers binnen de jeugdzorg, is controle op wat er in deze instellingen gebeurt onmogelijk.

Jeugdzorg in ademnood geeft al met al een uitgebreide en goed gedocumenteerde beschrijving van allerlei misstanden in de zorg, met de focus op JeugdzorgPlus.

Het boek is daarmee vooral een pamflet en biedt niet een verkenning hoe het beter kan. Daarvoor doet Hélène van Beek in haar nawoord wel enkele suggesties. Zo stelt ze voor de inkoop weg te halen bij de gemeenten en meer te centraliseren. Ook pleit ze ervoor een betere controle op jeugdzorg door gemeenteraden en rijk mogelijk te maken door gezamenlijk het cijfermateriaal te verbeteren, en meer transparantie aan te brengen in het aanbestedingsproces. Bovendien vindt ze dat de zeggenschap voor cliënten en ouders in jeugdzorginstellingen beter moet worden.

Ze hoopt dat er, door in dit boek bloot te leggen wat er mis is, een besef ontstaat dat vervolgens vliegwiel voor verandering wordt. Zoals ook de documentaire over Alicia enkele jaren geleden een schokgolf binnen de jeugdzorg teweegbracht.
Vanuit Stade ben ik, Suzanne Bunnik, voorzitter en mede-ontwikkelaar van het Regionale ExpertTeam Jeugd in de Foodvalley. In dit expertteam worden de kinderen met de meest complexe problematiek besproken. Ik kom daarbij geregeld kinderen zoals Alicia tegen, kinderen voor wie opnieuw een verblijfsplek moet worden gezocht omdat ze bijvoorbeeld door hun gedragsproblemen niet langer gehandhaafd kunnen worden op hun huidige plek.

Iedereen is zich er inmiddels wel van bewust dat dit niet goed is voor kinderen. Toch verandert de praktijk maar heel langzaam.
Het zou interessant zijn om te leren van een aantal andere landen die het anders, en misschien veel beter doen. In Denemarken zitten bijvoorbeeld ongeveer 5 kinderen per 5 miljoen inwoners in een gesloten instelling, bij ons zijn dit er 420!

Bewustwording is een goede eerste stap, maar echte verandering vraagt meer sturing. Ik hoop dat dit boek ertoe leidt dat beleidsmakers op landelijk en gemeentelijk niveau díe handschoen oppakken.

Gegevens:
Kinderen van de Staat. Jeugdzorg in ademnood
Uitgever: Nobel Boeken, Baarn.
ISBN 9789083060200
Hélène van Beek is onderzoeksjournalist en werkt(e) onder andere voor Trouw, Zembla en Argos. Zij heeft drie jaar aan dit boek gewerkt en vele jongeren, ouders, jeugdzorgdeskundigen en jeugdrechtadvocaten geinterviewd. Ze raadpleegde actuele onderzoeken en literatuur.

Suzanne Bunnik
Senior Adviseur Stade Advies en voorzitter van het RET
Email: s.bunnik@stade.nl
Tel: 06 34 24 21 43