Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie of Accepteren
Stade advies

PartnerPraat – met Ankie Smit, wethouder in de gemeente Schouwen-Duiveland

10 november 2022

In deze rubriek staan onze partners uit het werkveld centraal. Hoe werken zij aan de kwaliteit van samenleven? Welke ontwikkelingen en uitdagingen zien zij in hun praktijk en hoe pakken ze die op? Voor deze oktober-editie van 2022 spraken wij met Ankie Smit, wethouder in de gemeente Schouwen-Duiveland.

Hoe draag jij in jouw werk bij aan de kwaliteit van samenleven?
Dat is een brede vraag. Als gemeente doen we van alles. Maar als ik het betrek op ons programma ‘Netwerksamenleving’, proberen we samen te werken met ondernemers en inwoners. Daar hebben we de afgelopen paar jaar een aantal stappen in gezet, met betrekking tot met elkaar in gesprek zijn en opties benutten om tot verbeteringen te komen. Soms zijn wij namelijk met iets bezig en hebben daar een klankbord bij nodig, maar het kan ook zijn dat ondernemers of inwoners zelf een idee hebben. En soms weet je het nog niet zo goed en ga je gewoon ergens beginnen of zijn het processen die van hogerhand worden opgelegd, zoals het maken van een gebiedsvisie of warmtetransitievisie. Dan ga je een proces in met een aantal randvoorwaarden en ben je als gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van die visie, samen met de ander.

Wat we bijvoorbeeld gedaan hebben –door Corona een beetje versneld–  is dat we een digitaal platform hebben ingericht, waarbij je projecten of beleidsvoorstellen online kunt becommentariëren en we hele trajecten in beeld kunnen brengen, zodat je kunt zien in welke fase we zitten. Ook hebben we geëxperimenteerd met ‘Right to Challenge’ (RtC). Dit staat voor ‘het Recht om Uit te dagen’. De kern van de aanpak is dat een groep (georganiseerde) bewoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. Een dorp heeft op die manier zelf een dorpsvisie gemaakt. Dat hebben we geëvalueerd en het was een succes. Een andere RtC betreft een clubje ondernemers, die vonden dat ze zelf prima hun bedrijventerrein konden onderhouden. Dus die zijn ook zelf aan de slag gegaan. Per keer kijken we wat er nodig is.

Ook voor de Raad is dit best interessant, want in principe vertegenwoordigt de Raad de inwoners en bedrijven en je ziet nu dat hier processen naast georganiseerd worden, wat de rol van de gemeenteraad in een wat ander daglicht stelt. De Raad moet zich dan ook verhouden tot zo’n initiatief en alle input die gekomen is, maar uiteindelijk vinden bij de Raad de besluiten plaats.

Dit alles gaat niet vanzelf, dus ook in je organisatiecultuur en opleidingenbeleid moet je dingen doen. Het is belangrijk goed te beseffen waar we mee bezig zijn, dus wat voor project het is. Vraagt het interactie en samenwerking of juist niet? Ook bijvoorbeeld de fase waarin je gaat communiceren en dingen samen gaat doen, kan flink verschillen. Dit vergt flexibiliteit in het proces. Als er bijvoorbeeld een datum ligt voor een bepaalde opbrengst, maar je misschien nog een extra stap nodig hebt. Met betrekking tot hoe een organisatie daarop inspeelt hebben we het loket ‘Ik heb een idee’. Daar kunnen mensen hun ideeën kwijt via een mailbox en telefoonnummer. Daar zit een team achter van mensen van verschillende afdelingen om te kijken of het idee bij de gemeente past en wie dat eventueel als vaste begeleider het beste kan begeleiden.

Het gaat er vooral om dat we goed in beeld hebben of we leidend, partner of uitvoerder zijn. Allerlei organisaties kunnen daarin partner zijn. Afstemming en samenwerking kun je daarbij meenemen in je voorwaarden voor subsidie, maar we proberen ook netwerken te creëren, om bijvoorbeeld verenigingen of professionals en niet-professionals met elkaar in verband te brengen en van elkaar te laten leren. Bovendien hebben we bijvoorbeeld sport en gezondheid samengebracht onder het programma ‘Vitaal Schouwen-Duiveland’, waarbij je middelen zo optimaal mogelijk inzet om er het meeste uit te halen door samen te werken. Ook programma’s worden weer met elkaar in verbinding gebracht.

Wat zie je als een grote uitdaging voor dit moment?
Als ik doorga op ‘Vitaal Schouwen-Duiveland’ zie ik dat er veel aandacht gaat naar jeugd en jongeren en dat is prima, maar het is zaak om dat programma door te trekken en de middenleeftijden en senioren mee te nemen. Want de middenleeftijden zijn een voorbeeld voor de jeugd en een voorloper van de senioren. Bovendien speelt er genoeg problematiek in de middenleeftijden en door in te zetten op vitaliteit kun je een hoop ellende voorkomen. Hier hebben we een tijdschrift voor waarin we laten zien hoe allerlei mensen met vitaliteit en sport bezig zijn, bijvoorbeeld de garagehouders of de wijkagent. Maar ook mensen die intensief bezig zijn met bijvoorbeeld een triathlon of juist te maken hebben met mentale problemen als Alzheimer en dat proberen te vetragen door beweging.

De uitdaging zit erin om de goede voorbeelden te laten zien, maar ook in de middelen en aandacht. Via werkgevers kun je bijvoorbeeld een hoop doen, maar voor de middenleeftijden hebben we eigenlijk geen programma’s. De uitdaging is ook om zoveel mogelijk in het reguliere je vitaliteit op te bouwen en iedere dag íets te doen qua voeding, beweging en ook samenzijn.

Wat is de belangrijkste ontwikkeling voor de nabije toekomst?
De zorg. Enerzijds hebben we een ontwikkeling waarbij we inzetten op het netwerk, anderzijds zijn er vraagstukken met betrekking tot financierbaarheid en capaciteit. Bij het ziekenhuis in Zierikzee kun je slechts voor een aantal disciplines een poliklinische afspraak kunt maken. Voor een compleet aanbod, 24/7 spoedeisende zorg en Intensive Care moet je naar het ziekenhuis in Goes. De vergrijzing roept de vraag op hoe je dat goed geregeld blijft houden. Techniek kan daar ten dele een rol in spelen, maar ik denk dat een aantal ontwikkelingen veel meer lokaal, bij huisartsen en wijkverpleging, moeten gaan plaatsvinden. Om voor mensen de nabijheid en het gevoel van veiligheid en zorgzaamheid te creëren. Daar spelen dan ook weer gewoon de buren een rol in, maar ook medische en andere zorg blijft een groot vraagstuk om goed te organiseren op het platteland. Zo hebben we speciale programma’s om huisartsen te verleiden om in Zeeland te komen werken, maar moeten we ook nadenken over hoe we het met minder mensen en met netwerkverbindingen kunnen doen. Daarnaast moeten we blijven inzetten op preventie.