Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie of Accepteren
Stade advies

Richting 17 maart: wat willen de partijen met het sociaal domein en de zorg?

15 maart 2021

Over drie weken kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. Wat willen de partijen eigenlijk gaan veranderen in het sociaal domein en de zorg? Hoe wordt er gekeken naar marktwerking? Welke oplossingen zijn voorhanden in de jeugdzorg en GGZ, en hoe houden we het tegelijkertijd ook betaalbaar? Zorg&Sociaalweb analyseerde dertien verkiezingsprogramma’s* om een beter inzicht te krijgen in de plannen van de partijen.

‘Efficiënt’ zorgstelsel moet weer om de cliënt draaien
Vrijwel alle partijen zijn het erover eens: de zorg heeft de afgelopen jaren teveel gedraaid om (verkeerde) productieprikkels en cijfertjes, en te weinig over het verlenen van zorg zelf. D66 wil artsen daarom belonen met ‘kijk- en luistergeld’ als zij de patiënt in de besluitvorming betrekken. Als het aan de PvdA ligt wordt de zorg weer ‘liefdevol’ en tevens zo dicht mogelijk bij de burger georganiseerd. Veel partijen zien ook de macht van de zorgverzekeraar graag ingeperkt worden, waarbij winstuitkering binnenkort verleden tijd is. Alleen de VVD is niet om: zij willen uitzonderingen voor tenminste de medisch-specialistische en intramurale zorg om “innovatie te stimuleren”. Maar hoe gedetailleerd de partijen hun visie op het centraal zetten van de zorgbehoevende burger uitwerken verschilt: de VVD blijft het liefst in algemene termen (”de patiënt centraal is het doel”), net als de PVV (”de zorg is de nationale topprioriteit”). De ChristenUnie doet daarentegen een tot in de details georganiseerd voorstel voor een ‘efficiënter’ zorgstelsel: eenduidige zorgregio’s krijgen de regie, met zwaarwichtige regionale zorgraden en regiobudgetten waarin de Zvw, Wlz en Wmo zijn samengevoegd. Het CDA wil een ‘Regionale Zorgkaart’, waarin domeinoverstijgende samenwerking leidend wordt en het aanbod aansluit bij de regionale zorgvraag.

De marktwerking is doorgeschoten, alhoewel niet elke partij bereid is even ver te gaan om de markt (weer) tot bedaren te brengen. Groenlinks en de SP zien helemaal geen toekomst voor marktwerking in de zorg. De PvdA wil in ieder geval een deel van de zorg omtoveren tot nutsvoorziening en meer (brede) samenwerking. De PVV ziet het liefst een zorgstelsel ‘zonder concurrentie’, terwijl het CDA, D66 en de SGP marktwerking niet helemaal opgeven, zolang “er meer ruimte komt voor samenwerking”. De VVD vindt dat “marktwerking geen doel op zich moet zijn”. Opmerkelijk is dat het aanpakken van marktwerking de verkiezingsprogramma’s van Forum voor Democratie, DENK, 50+ en nieuwkomer JA21 niet heeft gehaald.

De zorg en het sociaal domein gaan gebukt onder bureaucratie en een hoge regeldruk, maar hoe versimpel je de administratie dusdanig dat zorgverleners weer toekomen aan hun kerntaak? Ook hier lopen de partijen weer sterk uiteen, van algemene opvattingen tot gedetailleerde voorstellen. De VVD, PvdA en DENK branden hun handen liever niet aan te specifieke voorstellen, zij houden het bij ‘aanpakken en prioriteren van overbodige registratie’. Iets verderop durven FvD en de SGP al iets concreters op papier te zetten: stap af van de ‘vinkjescultuur’. GroenLinks pleit ervoor te stoppen met de beruchte vijfminuten-registraties en wil ook dat zorgverleners eigen middelen kunnen inzetten om de werkdruk te verminderen. Ook in het inkoopsysteem wordt gesnoeid: De SGP wil de inkoop van Wmo en Jeugdhulp standaardiseren, terwijl de PVV pleit voor één tarief voor thuis- en verpleeghuiszorg.

Het geld in de zorg moet tevens eerlijker verdeeld worden. Als het aan DENK ligt gaan de salarissen in de top omlaag, terwijl het loon van de zorgverlener bij de meeste partijen structureel omhooggaat. Alleen de VVD en 50Plus zijn niet bereid tot een salarisverhoging voor zorgpersoneel. En wat is het plan van aanpak voor de personeelstekorten? Vanaf 2021 moeten meer handen aan het bed staan door een ‘specifieke(re) arbeidsaanpak’ (JA21), door een ‘beter salaris’ (CU), ‘goed werkgeverschap’ (SP), via ‘zorgreservisten’ en ‘meer ruimte voor hun eigen professionaliteit’ (CDA).

 

Wmo-kaders op de schop, ouderen kunnen langer thuis blijven wonen
Op hoofdlijnen zijn twee punten zichtbaar waarin de partijen een consensus hebben gevonden: Punt één is meer aandacht (‘waardering’) voor mantelzorgers. Mantelzorgers kunnen rekenen op een financiële vergoeding via betaald verlof (PvdA), een vrijwilligersvergoeding (GroenLinks) of inkomenssteun zonder verantwoording (D66). Een andere optie is compensatie in natura via ‘wooninnovatie’ (FvD), ‘kangoeroewoningen’ (50Plus), respijtzorg (JA21, SGP, SP, CDA) of ‘mantelzorgsparen’ (CU), waarbij mantelzorgers uren verdienen die zij later kunnen inzetten als zij zelf zorgbehoevend zijn.

Punt twee is inzet op toekomstbestendige woningen voor ouderen. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen wonen (D66, DENK). Om die ambities kracht bij te zetten is de ChristenUnie bereid hiervoor één miljard te reserveren, een ‘zelfredzaamheidscheck naar Deens model’ in te voeren en alle zorg voor thuiswonende ouderen uit de Wmo en Zvw te betalen. Gemeenten worden ook financieel beloond als zij voorkomen dat ouderen in de Wlz belanden. Op termijn moet alle ouderenzorg samengevoegd worden in één wet, daarin krijgen zij bijval van de PVV. Het CDA ontwikkelt het liefst een ‘gevarieerd aanbod’ van wonen en zorg.

Ook de inkoop- en aanbesteding van Wmo-zorg gaat op de schop: door ‘minder ingewikkelde regels’ (CDA), via ‘reële tarieven’ (SGP), zonder ‘opgelegde regels vanuit de EU’ (CU, GroenLinks, PvdA) of die regels in ieder geval aanpassen zodat gemeente niet hoeven aan te besteden (D66). De EU-aanbestedingsrichtlijn heeft de programma’s van FvD, 50Plus, PVV, VVD, JA21 en DENK niet gehaald.

Om de kwaliteit van zorg te verbeteren krijgen aanbieders te maken met nieuwe standaarden. Het CDA en 50Plus willen criteria voor thuiszorgaanbieders verhogen, met ‘andere financieringsprikkels’ (CDA) terwijl de PVV het liefst één uniform tarief voor Wmo-zorg ziet. Huishoudelijke hulp wordt als het aan de ChristenUnie ligt alleen beschikbaar voor mensen met een sociaal-medische indicatie, of uitgebreid “op een zo klein mogelijke schaal” (FvD). Daarnaast willen de ChristenUnie en de PvdA het abonnementstarief schrappen. Het CDA gaat minder ver: een ‘herijking’ van het tarief is voldoende.

 

Minder wachten, meer samenwerken in de jeugdzorg en GGZ
Voor de jeugdzorg en GGZ lijkt ‘kortere wachtlijsten’ de toverterm van de komende jaren te worden. Maar over de ‘hoe’-vraag zijn de partijen diffuus: via ‘capaciteitsvergroting’ (PvdA), ‘investeringen’ (DENK), ‘minder regels’ (JA21), ‘centrale regie door zorgverzekeraars’ (D66), ‘betere organisatie’ (VVD), ‘kortetermijnoplossingen’ (FvD) of ‘door wachttijden op te lossen’ (PVV). De VVD pleit ook voor een ‘time out regeling’ die het toch mogelijk maakt mensen voorlopig op te nemen zodat zij niet tussen wal en schip belanden.

Het ontbreekt volgens de meeste partijen bovendien nog teveel aan ‘samenwerking’, maar om welke samenwerkingen gaat dat eigenlijk? Zo valt er nog veel te winnen in de coöperatie tussen jeugdzorg en GGZ (PvdA, SGP, CDA), in ‘ketensamenwerking met een duidelijke eindverantwoordelijke’ (CDA), tussen GGZ en politie (VVD, PvdA), onderlinge jeugdzorgregio’s (JA21, D66) en tussen wijkteams bij specialistische jeugdzorg (D66).

Daarnaast moeten zowel de GGZ als jeugdzorg anders bekostigd worden. Vanaf 2022 maakt de GGZ gebruik van het Zorgprestatiemodel, waarbij de ‘prestaties’ de vergoeding bepalen. Dat is volgens de ChristenUnie en SGP de juiste zet. De VVD ziet liever dat de vergoeding wordt gekoppeld aan de diagnose. GroenLinks wil de bekostiging baseren op ‘daadwerkelijk gemaakte kosten en regionale zorgbudgetten’ en D66 pleit voor een alternatief verrekenmodel via de Zvw om het vergoeden van zwaardere klachten in de jeugd-ggz aantrekkelijker te maken. De jeugdzorg en ggz moeten net als de Wmo bevrijd worden van verplicht aanbesteden (PvdA, GL), en zorg moet resultaatgericht ingekocht worden (ChristenUnie).

Ook moet de toegankelijkheid van jeugdzorg en GGZ verbeterd worden. Dat kan via ‘doelmatiger doorverwijzen’ (VVD, SGP), zorg ‘in de buurt’ (SP, CU), het ‘wegnemen van taboes’ (D66) of ‘drempels verlagen’ (DENK).

Hoe gaan de partijen ervoor zorgen dat de jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg ook kwalitatief verbeteren? De VVD, CDA, SGP en D66 willen daarvoor hogere eisen stellen aan zorgaanbieders. De ChristenUnie pakt het anders aan: via ‘out-of-the-DSM-box’-denken moet de GGZ beter kijken naar wat de patiënt nodig heeft in plaats psychiatrische zorg alleen te organiseren langs al bestaande zorgpaden en -programma’s, zoals het diagnosehandboek DSM-V.

Een ander punt is de jeugdhulpplicht. Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van jeugdhulp tot achttien jaar, maar er zijn geluiden om die op te hogen naar 21 (D66) of 23 (ChristenUnie). De SGP pleit voor maatwerk: geen wettelijke plicht tot een bepaalde leeftijd, maar per geval kijken naar de zelfstandigheid van de cliënt en daarop een oordeel vellen.

Ook zijn er een aantal punten die wel aan bod komen, maar geen brede prominente plek innemen in de programma’s. Hierbij valt te denken aan de herziening van de Wet verplichte ggz (FvD, JA21), meer psychiaters in loondienst (D66), de opzet van jeugdwoongroepen (SGP, CU), landelijke behandelcentra voor specialistische jeugdzorg (GroenLinks, CU) en de beperking van gesloten jeugdhulp (SGP).

Wie tussen de regels doorleest ziet dat de meeste voorstellen gericht zijn op behandeling, en niet op voorkoming. Opvallend detail is dan ook dat alleen D66 en DENK oplossingen voorstellen om psychische problemen te voorkomen. D66 wil een ‘Preventieakkoord Mentale Gezondheid’ afsluiten, terwijl DENK het algemeen houdt (”inzetten op preventie van psychische problemen en behoud van geestelijke gezondheid”).

 

Preventie wordt prominenter
Preventieve maatregelen spelen een belangrijkere rol in de context van gezond leven. Een ‘gezonde levensstijl’ wordt het credo van de komende jaren, in de breedste zin van het woord: meer gezond eten, meer bewegen, minder roken, minder alcohol en minder drugs. Alle partijen lijken het erover eens dat de overheid de teugels strakker moet aanhalen, aangezien het woord ‘betutteling’ in geen enkel programma voorkomt. 50Plus, DENK en ChristenUnie willen vooral een vergrote inzet op het in 2018 gesloten Nationale Preventieakkoord. De ambities uit dat akkoord (overgewicht terugdringen, een rookvrije generatie in 2030, alcoholgebruik reduceren) zijn nog te weinig van de grond gekomen.

Veel partijen kijken het preventiebeleid af van het Verenigd Koninkrijk. Zo is er veel steun voor een verhoging van de suikertaks naar Brits voorbeeld (VVD, PvdA, Groenlinks, D66, CU), terwijl de SGP meer heil ziet in een verbod op stuntprijzen en kortingsacties op suikerrijke dranken. Het moet makkelijker en aantrekkelijker worden om gezond voedsel te kopen, terwijl de informatieverziening op verpakte waren verbeterd wordt. Een mogelijke oplossing is volgens het CDA een ‘stoplichtensysteem’, ook naar Brits voorbeeld.

Daarnaast mikken veel partijen op het verhogen van de drempel om schadelijke middelen te gebruiken. Accijnsverhoging op tabak en rookverboden op terrassen worden in veel programma’s aangedragen als oplossing. Ook alcohol wordt duurder gemaakt (DENK, PvdA, CU) en reclameacties verboden (SGP, GL, DENK). GroenLinks wil een deel van het regionale zorgbudget reserveren om ervoor te zorgen dat preventiemaatregelen ook daadwerkelijk worden gehandhaafd. D66 wil daarvoor een ‘ruimere financiering voor het publieke gezondheidsstelsel’. De SGP pleit voor een ‘Nationaal Preventiefonds’ van waaruit preventiemaatregelen gefinancierd worden en een verplichting voor zorgverzekeraars om mee te doen aan preventieve experimenten.

 

Meer aandacht voor (keuze)vrijheid in langdurige zorg
Het verpleeghuis neemt een centrale plaats in binnen de Wlz-plannen van veel partijen. Een van de grootste uitdagingen binnen de langdurige zorg is het vergroten van de capaciteit met meer personeel en meer bedden. Daarom pleiten veel partijen voor een uitbreiding van de verpleeghuiszorg, of meer bejaardentehuizen (JA21). Dat kan via regionale spreiding van de zorg (GL) of ‘kleinschalige woonvoorzieningen in de wijk’ (CU). DENK wil een wettelijk minimum van twee zorgmedewerkers per acht cliënten in een verpleeghuis. Alleen D66 is terughoudend: zij zien het verpleeghuis het liefst alleen voor ouderen die intensieve zorg in een instelling nodig hebben. Voor alle andere ouderen ”is de zorg buiten het verpleeghuis de toekomst”. De SP is flexibel: ouderen moeten zelf kunnen kiezen tussen hun eigen huis en een kleinschalig ‘Zorgbuurthuis’, met inloopfunctie voor de hele buurt.

Tevens wordt het belang van het persoonsgebonden budget (PGB) benadrukt. Een PGB moet als ‘keuzemogelijkheid besproken worden in plaats van zorg in natura’ (SGP), ‘in stand gehouden worden’ (CU) en ‘mag nooit opgedrongen worden door een verzekeraar, gemeente of zorgaanbieder’ (D66). Ontmoediging van pgb-gebruik door gemeenten is in veel programma’s uit den boze. Daarnaast moeten administratieve handelingen teruggedrongen worden door pilots (ChristenUnie), een nieuw declaratiesysteem (D66) of via het al vaak vertraagde PGB2.0 (SGP). Fraude met PGB’s moet van D66 en VVD structureel aangepakt worden.

Ook wordt aandacht gevraagd voor de rechten en mogelijkheden van mensen met een beperking. De VVD, PvdA, ChristenUnie en CDA zien dat het liefst door de volledige invoering van het VN-verdrag Handicap. Daarnaast wil D66 dat gezinnen met ernstige en meervoudige beperkingen een hulpverlener toegewezen krijgen die als vast aanspreekpunt dient.

D66 wil ook dat extramurale zorg niet meer vanuit de Wlz, maar vanuit de Zvw wordt bekostigd. De VVD en SGP zien meer toekomst in een ‘persoonsvolgende bekostiging’ uit de Wlz waarbij cliënten zelf kunnen kiezen van wie ze zorg krijgen en waar en wanneer dat gebeurt.

 

Een solide basis voor iedereen
Op papier lijken mensen met een arbeidsbeperking in de komende jaren erop vooruit te gaan. Vrijwel alle partijen maken prioriteit van geschikte sociale werkvoorzieningen. Dat kan in de vorm van de sociale werkplaats (SP), sociale ontwikkelbedrijven (PvdA, GL, CDA) of beschut werk (VVD, PVV). Begin deze maand brachten het CDA en SP al een motie ter stemming over een ‘sociale werkvoorziening nieuwe stijl’ die op brede steun in de Tweede Kamer kon rekenen. Als het aan D66 en GroenLinks ligt worden arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vanaf nu collectief betaald. De ChristenUnie richt haar peilen op het afschaffen van de vermogenstoets voor arbeidsbeperkten.

Daarnaast is er veel aandacht voor (betere) begeleiding naar werk. Gemeenten krijgen meer vrijheid om hun eigen beleid te bepalen (PvdA), jongeren krijgen intensievere begeleiding (GL), werkgevenden kunnen een ‘begeleidingsbonus’ verwachten (CU, CDA) en bijstandsgerechtigden krijgen ruimere bijverdiengrenzen (VVD, D66). De SGP wil twee vliegen in een klap slaan: prikkel bijstandsgerechtigden om in de zorg aan de slag te gaan en je lost twee problemen tegelijk op. FvD ziet liever dat de bijstand grotendeels blijft zoals hij is, waarbij alleen de belasting op arbeid teruggebracht wordt.

Een discussiepunt is het wel of niet verplichten van een tegenprestatie in de bijstand. Om mensen in de bijstand ‘te activeren’ blijft de VVD voorstander. GroenLinks is in ieder geval tegen een algemene verplichting. De PvdA en SP willen de tegenprestatie het liefst afschaffen.

Uiteindelijk moet iedereen een solide basis verkrijgen om mee te kunnen doen in de samenleving. Er zijn partijen die de Participatiewet daarvoor willen hervormen. In de wet moet zo ruimte komen voor een landelijk basisinkomen (GL) of een basisbaan voor iedereen in de bijstand (GL, CU, CDA). De PvdA garandeert 100.000 basisbanen in de publieke sector en wil gemeenten ruimte geven om te experimenteren met het basisinkomen. Daardoor komt ook meer ruimte vrij voor vrijwilligerswerk. GroenLinks, ChristenUnie, PvdA en 50Plus willen daarnaast de kostendelersnorm schrappen. Zo heeft het delen van een woning met dak-/thuisloze familieleden of zorgbehoevende ouders geen invloed meer op de hoogte van de bijstandsuitkering.

Daklozen krijgen daarnaast een ruimer woonaanbod (SGP) en dakloze jongeren bijstand op maat (CU). Als uit de praktijk blijkt dat de doordecentralisatie van beschermd wonen goed is uitgepakt, wil de ChristenUnie in 2025 ook de maatschappelijke opvang doordecentraliseren. DENK zet in op de preventie van dakloosheid.

Op het gebied van integratie zijn de meeste partijen het erover eens dat inburgeraars in ieder geval goede beheersing van het Nederlands een minimale vereiste is. Zodra zij de taal machtig zijn krijgen zij meer kansen om te participeren op de arbeidsmarkt. De PvdA wil meer werkplekken voor inburgeraars realiseren, en hen ook een plek geven ‘in de wijk’. De Christenunie zet in op meer leer-werktrajecten.

Maar niet elke partij staat de springen om inburgeraars de helpende hand te bieden. De VVD wil het huisvestingsbeleid voor statushouders aanscherpen, waarbij inburgeraars na een verblijf in het azc eerst naar een speciale ‘integratielocaties’ gaan voor een intensief inburgeringstraject. Statushouders krijgen van de VVD alleen ‘leefgeld’, dat zij definiëren als geld voor voedsel en kleding. Als het aan de PVV en FvD ligt krijgen statushouders helemaal geen (voorrang op een) woning of uitkering.

 

Schuldhulp wordt simpeler en sneller
Schuldenaars krijgen te weinig rust, de schuldhulp is teveel een ‘commerciële industrie’ geworden en financiële problemen worden te laat gesignaleerd. Het zijn duidingen die vaak dienstdoen als krantenkoppen om de penibele situatie in de schuldhulpverlening te typeren. “Schulden zijn een complex maatschappelijk probleem dat vraagt om efficiënt en effectief beleid”, kopte de NVVK in april 2018.

Een versimpeling van schuldhulptrajecten zien veel partijen als efficiënt en effectief, alhoewel er wel kleine onderlinge verschillen zichtbaar zijn. De VVD wil af van de beslissende stem van een rechter als tweederde van de schuldeisers akkoord gaat met een schuldregeling. D66 stemt daarmee in, al willen zij wel dat de rechter kan toetsen ”indien strikt noodzakelijk”. De PvdA wil dat de traagste schuldeiser gedwongen kan worden mee te werken aan een regeling. Ook voorstellen als een adempauze voor schuldenaars (VVD, PvdA, D66) en de doorlooptijd van schuldtrajecten verkorten (CDA, JA21, PvdA) worden breed gedragen. Voor GroenLinks, de PvdA en D66 is ook een centraal georganiseerde incassodienst een optie.

Maar oplossingen kunnen ook van elkaar verschillen. De PvdA wil een ‘verkoopverbod van schulden’, het CDA een ‘maximumlimiet aan incassokosten’ en GroenLinks een ‘nationaal schuldenfonds’. Bij de VVD en D66 staat de aanpak van laaggeletterdheid, wat een oorzaak van schulden kan zijn, hoog op de agenda. GroenLinks en PvdA pleiten daarnaast ervoor huisuitzettingen te verbieden, het CDA gaat niet verder dan huisuitzettingen ‘beperken’ terwijl de ChristenUnie alleen een verbod wil bij gezinnen met kinderen onder de twaalf.

 

Zorgkosten niet op conto van de burger
De rekening is echter nooit ver weg. Zorgkosten stijgen, de vergrijzing neemt toe en nu zijn er ook nog een overvloed aan plannen om het allemaal anders aan te pakken in de zorg. Onvermijdelijk doemt dan de vraag hoe de zorg betaalbaar blijft, en wie de gepeperde rekening gaat betalen. Van alle partijen is 50+ het voorzichtigst: eerst een maatschappelijke dialoog over houdbaarheid en duurzaamheid, én een kosten-baten-analyse voordat het roer omgegooid wordt.

Het lijkt erop dat de burger in ieder geval wordt ontzien. Het eigen risico wordt voor iedereen afgeschaft (PvdA, PVV, SP, DENK), afgeschaft voor lage- en middeninkomens (GroenLinks), teruggebracht naar 200 euro (FvD, 50Plus), ‘bevroren’ (ChristenUnie), gelijkgehouden (CDA) of op vrijwillige basis (VVD). Ook de stijging van de nominale premie in de Zvw wordt ‘beperkt’ (VVD), gehalveerd (D66) of ‘omlaaggebracht’ (DENK). Daarnaast staat de eigen bijdrage op de tocht. Die wordt afgeschaft (PvdA), afgeschaft voor mensen met een levenslange beperking in de Wmo of Wlz (GL), inkomensafhankelijk (D66, SGP), ‘overbodig’ (SP), ‘gaat omlaag’ (DENK) of voor iedereen gelijkgetrokken (ChristenUnie).

De partijen kijken ook kritisch naar welk type zorg in de toekomst vergoed wordt. Een deskundige moet van de VVD beslissen over de inhoud van het basispakket, en veel partijen zetten in op ‘zinnige zorg’. D66 en GroenLinks doen een voorstel om alleen wetenschappelijk onderbouwde zorg (evidence based) te vergoeden, terwijl in het ideale zorgstelsel van de VVD en JA21 ook waardegedreven zorg (value based) een plek krijgt. Tevens krijgt een vergrote inzet op technologie via ‘digitale zorg’, ‘eHealth’ en ‘slimme technologie’ een prominente plek in de meeste verkiezingsprogramma’s.

Een andere mogelijkheid is versimpeling en andere financiering van het zorgstelsel. De financiering van zorgwetten als de Wmo, Wlz en Zvw zijn nu afgebakend, maar kunnen volgens de SGP ook prima ontschot worden. D66 ziet liever dat de financiering van de Wmo wordt herzien en dat het zorgstelsel ‘een ruimere financiering’ krijgt. Daar is ook de ChristenUnie het mee eens; meer financiële ademruimte zou kunnen door meer oog voor maatwerk, waarbij elke zorgsector een bekostigingsmodel op maat kan verwachten. Voorstellen zijn een abonnementstarief en populatiebekostiging voor chronische zorg en zorg in de wijk, een beschikbaarheidsvergoeding en een consulttarief voor de acute zorg en meer ruimte voor uitkomstbekostiging.

 

De wijk is belangrijk
Ook een sterke(re) sociale basis kan een belangrijke rol spelen in het betaalbaar houden van de zorg. Door in te zetten op de sociale cohesie in de wijk hoeven burgers niet altijd naar de eerste lijn met hun zorgvraag. De PvdA zet daarom in op een ‘Basisinfrastructuur Wmo’ in wijken en dorpen en wil gemeenten het recht geven gebouwen en plekken ‘met maatschappelijke waarde’ (voetbalvelden, buurthuizen) over te nemen. Die gaan nu nog te vaak naar de hoogste bieder. De Christenunie doet al een financiële toezegging: gemeenten krijgen via het ‘fonds voor de samenleving’ 100 miljoen euro voor de versterking van sociale banden. Gemeenten kunnen die investering vrij inzetten zonder rekening te houden met de hokjes van de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet. Zo kan het fonds een rol spelen in de opzet van buurtcoöperaties, mantelzorgondersteuning, vrijwilligerswerk of andere initiatieven ‘die de verbondenheid en zorgzaamheid van de samenleving versterken’. In de buurt moet genoeg te doen zijn met voldoende mensen die hulpbehoevenden kunnen opvangen. Het SP wil daarom investeren in buurtwerk en buurtcentra, D66 in buurtcoaches en het CDA pleit voor meer ‘buurtvaders’.

*Voor deze analyse zijn de verkiezingsprogramma’s van dertien partijen bekeken, te weten VVD, CDA, GroenLinks, PvdA, D66, ChristenUnie, SGP, Forum voor Democratie, PVV, 50Plus, DENK, JA21 en SP.

Bron: Zorg & Sociaal Web