Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Meer informatie of Accepteren
Stade advies

Tweede kans jeugdzorg? Ja.

26 november 2019

Gemeenten zouden intensiever op regionaal niveau moeten samenwerken om de jeugdzorg te laten slagen. Wat is daarvoor nodig en hoe kunnen ze dit samen oppakken? Christiaan Baillieux van RadarAdvies en Albert Veuger van Stade Advies vertellen over pijnpunten en oplossingen.

Het aantal jongeren dat  jeugdhulp nodig heeft, blijft groeien. Gemeenten hebben vaak het geld en de ervaring  niet om de vraag aan te kunnen, waardoor de wachttijden toenemen. Is de decentralisatie van de jeugdzorg definitief mislukt? Baillieux en Veuger denken van niet, maar pleiten wel voor een intensievere en minder vrijblijvende samenwerking binnen en tussen de jeugdhulpregio’s.

Inregelen

Nederland telt 42 jeugdhulpregio’s. De mate van samenwerking daarbinnen verschilt nogal, stelt Baillieux. “In de praktijk doen gemeenten vooral de inkoop van de jeugdzorg samen, maar handelen ze al het andere individueel af. Hierdoor gaat er per gemeente veel tijd zitten in het inregelen van de jeugdzorg en zijn de kosten van de bedrijfsvoering hoog. Per saldo blijft er dus minder geld over voor de zorg zelf. Dat is het laatste wat je wilt als je al een valse start in de transformatie hebt gemaakt omdat het Rijk € 450 miljoen op de jeugdzorg heeft bezuinigd.”

Processen vereenvoudigen

Gemeenten zijn nu veel tijd kwijt aan de bedrijfsvoering van de jeugdzorg. Hierdoor komen ze vaak niet toe aan hun transformatiedoelen, zoals het demedicaliseren van de zorg en een integrale benadering door jeugdzorg te koppelen aan thema’s als onderwijs, werk en inkomen en armoede- en woningbeleid. Door meer inhoudelijk samen te werken en de tijd te nemen om van elkaar te leren in de regio, kunnen ze processen vereenvoudigen en de administratielast verminderen. Dit alles zou kunnen plaatsvinden in een regionaal knooppunt voor jeugdhulp. “Toch vinden veel gemeenten dit nogal een grote stap”, stelt Veuger. “Ze hechten aan autonomie en zijn bang de controle te verliezen.”

Op afstand

Baillieux beaamt dit. “Er is een spanningsveld tussen regionale samenwerking en de behoefte aan gemeentelijke autonomie. Gemeenten willen graag hun eigen beleid in de jeugdzorg terugzien, maar geven met zo’n regionaal knooppunt de regie voor een groot deel uit handen. Net als de facturatie, waar ze geen zicht op hebben, terwijl ze wel financieel bijdragen. Ze komen kortom meer op afstand te staan, en dat vinden gemeentebesturen en -raden lastig. Ze voelen de verantwoordelijkheid om volledig op de hoogte te zijn.”

Speelveld vergroten

Toch kan dat wel in zo’n regionale constructie, vertelt Veuger. “Door van te voren je eisen en wensen aan te geven en de realisatie van de transformatiedoelen op hoofdlijnen te monitoren, kun je als bestuur en raad goed op de hoogte blijven. Het belangrijkste is nu om het speelveld te vergroten en daarbij te accepteren dat je niet in een paar jaar tijd een perfect functionerend systeem kunt neerzetten.” Maar ook zorgaanbieders hebben hierin een rol, vindt hij. “Zij moeten zich meer richten op geografische groei en de samenwerking met andere disciplines. Door inspanningen aan beide kanten kan de transformatie van de jeugdzorg een tweede kans krijgen.”

Over de adviseurs

Christiaan Baillieux is senior adviseur bij RadarAdvies en houdt zich momenteel onder meer bezig met de regionale gemeentelijke samenwerking, ketensamenwerking in de zorg en de verbetering van sturingsinformatie voor gemeenten.

Albert Veuger is partner en senior adviseur bij Stade Advies en houdt zich momenteel onder meer bezig met Grip op jeugd budget, inkoop jeugdhulp en de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp: a.veuger@stade.nl, 06-10939299.